Gepost 22/03/2016

Het verhaal van de koraalvissers van San Pietro

Er was er eens een groep koraalvissers die vredig leefde in het vissersdorp Pegli in de buurt van Genua. Zij spraken een Ligurisch dialect, dat erg lijkt op het Provençaals aan de andere zijde van de grens. Zij visten koraal in de Middellandse Zee.

Maar, op zoek naar koraalbanken, raakten zij steeds verder van huis, totdat zij tenslotte belandden aan de Tunesische kust, waar zij zich vestigden - in 1542 - in de plaats Tabarka. Een paar eeuwen lang visten zij koraal en leefden zij gelukkig, maar in de loop van de 17e eeuw veranderde de situatie voor afstammelingen van deze emigranten en werd steeds meer onhoudbaar. Ze werden bedreigd en waren hun leven niet zeker. Aan Carlo Emanuel III, koning van Sardinië, vroegen zij om bescherming. Van hem kregen zij in 1738 als woonplaats San Pietro toegewezen, een onbewoond eiland aan de zuidwest kust van Sardinië. Zo werd het paradijselijk, stille San Pietro plotseling bevolkt door 300 mensen. Zij stichtten een stad - de enige op het eiland - en noemden deze naar hun koning: Carloforte. De inwoners werden Tabarkini genoemd en het eiland zelf U Tabarka.
De bewoners vissen geen koraal meer, maar tonijn. Maar nog immer spreken zij hun Ligurische dialect, doorspekt met Arabische woorden. Hun stad is Ligurisch, met nauwe steegjes en steile trappen en potten met bloemen. Hun keuken is Ligurisch - Arabisch, zo is een favoriet gerecht Cus Cus alla Carlofortina.
En, wat leuk: sinds het jaar 2000 is er midden op het eiland een kleine wijngaard, waar de Sardijnse druivenrassen bovaleddu, carignano, nasco en vermentino worden verbouwd. Bijzondere en zeer smaakvolle wijnen komen er vandaan. Met Ligurische namen als giancu, ventou de ma, roussou en ciù roussou.
Kennismaken met deze wijngaard? Kijk op de pagina over deze reis

ciuroussou          Grotefoto TNIPVFOH         DSC08423