Mijn naasten weten het wel. Sommige plekken kunnen acuut afgeserveerd worden. Privé ging dat meestal om campings. Geen uitzicht, te dicht bij de weg, geen enkele charme, er staat een radio aan, te lawaaiïg, eigenaar is niet aardig, te druk, het ruikt niet lekker, er loopt een hoogspanningsleiding overheen, niet mooi genoeg. . . . dor, droog, liefdeloos en geen aandacht aan besteed, te commercieel . . . . . . . . ze werden er thuis soms wanhopig van.

Slavonië is Slavonië. Maar velen verbasteren het tot Slovenië. Dat is heel iets anders!
Op bezoek bij wijnbedrijven in Noord-Italië kom ik vaak eikenhouten vaten uit Slavonië tegen. Men hoort dan de Italiaanse wijnboer spreken over Slavonia en denkt: hij zal wel Slovenië bedoelen. Met de extra complicatie van een andere taal gaat het natuurlijk nog sneller mis.

Bourboulenc (spreek uit: boerboelank). Waar kennen we die ook weer van?
Het is een witte druif uit het departement Vaucluse, de zuidelijke Rhône. Het gebied van de Villages en zuidelijke cru’s (omgeving Château-neuf-du-Pape), maar ook de Ventoux en de Luberon. In de Côtes de Provence en de Coteaux d’Aix ben ik de bourboulenc ook tegengekomen en ook in Bandol en Cassis.